Please take your time to log in as to have access to all threads. Be so kind as to read the 'General Forum Rules' thread first before posting anything on the forum.



 
BAKA! WebsiteBAKA! Website  FacebookFacebook  HomeHome  Forum PortalForum Portal  GalleryGallery  CalendarCalendar  FAQFAQ  SearchSearch  RegisterRegister  MemberlistMemberlist  UsergroupsUsergroups  Log in  

Share | 
 

 Van Veen Kreidlers trainden weer...

View previous topic View next topic Go down 
AuthorMessage
kaZeta
Admin
avatar

Location : Antwerp
Kreidlers : 1973 RS-R 60 Special + 1969 TM 60 Custom + 1974 SOBW-Racer + 1981 RMC Caféracer + 1973 MP3x2
Post count : 803

PostSubject: Van Veen Kreidlers trainden weer...   Fri Aug 19, 2011 3:54 pm

Van Veen Kreidlers trainden weer met een oog gericht op wereldkampioenschap.

Bron: Motor Nr 13, 29-03-1968
Auteur: G. v. d. B.



Nu Suzuki officieel gestopt is met de deelname aan Grands Prix is de 50 cc klasse het minst zwaar bezet van alle soloklassen in de wegracesport. Tenminste voor zover het dat heel speciale materiaal betreft dat door de grote fabrieken werd ingezet. Wat er nu overblijft is een vrij grote groep die elkaar niet zo bar veel ontloopt, en in deze groep neemt Kreidler een van de beste plaatsen in. Aangezein de snelste Kreidler (de ex-fabrieksmachines) in handen zijn van de Nederlandse importeur, en aangezien de enthousiaste en kundige vaklui die daar de motoren onderhanden hebben er in geslaagd zijn om deze toch al zeer snelle machientjes nog meer op te voeren, kijkt men nu zeer voorzichtig naar het wereldkampioenschap. Zeer voorzichtig inderdaad, want er is niemand die beter beseft dat het tocch nog zeer moelijk blijft voor de Van Veen mensen. Onder de leiding van de heer Van de Borne doet men in Amsterdam echter alles om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. Men is er al in geslaagd om een van de blokjes op 13,5 pk te brengen, 1,5 pk meer (wat procentueel zeer veel is) dan de fabriek enkele jaren in de blokjes stopte. Nu is zelfs dat nog weinig in vergelijking met de 18 pk die de Suzuki twins afgelopen jaar leverden, maar het is maar zeer de vraag of er een Suzuki zal meedoen. Anscheidt – wereldkampioen 1967 – heeft weliswaar zo’n fabrieksracer in zijn garage staan, en hij is ook van plan ermee te gaan rijden, maar of het hem zal lukken om een dergelijk gecompliceerde machine een heel raceseizoen in goede conditie te houden is een open vraag. De fabriek heeft geen interesse meer en dus zal Anscheidt overal zelf voor moeten zorgen. En als we ons dan alleen Assen voor de geest halen – waar op de dag van de race slechts een van de drie machines zo wilde lopen als voorzien was (omdat het wat vochtiger was dan op de voorafgaande trainingsdagen) – dan geloven we niet meer in die ene Suzuki. Waar we wel in geloven is Derbi, en dat is ook het merk waarvoor de Nederlanders het meest bevreesd zijn. Verleden jaar (en de jaren daarvoor) bleken de Derbi’s steeds zeer snel, sneller dan de Kreidlers, maar het bleek ook dat de Kreidlers betrouwbaarder zijn. Maar nu Suzuki gestopt is heeft Derbi natuurlijk ook niet stil gezeten en dus is er wel iets uit de Spaanse hoek te verwachten.



Jan de Vries in actie, kort voor de lichte vastloper.

De eerste wegrace Grand Prix wordt 21 april verreden op de Nürburgring en dan zullen de kaarten van de diverse kanshebbers op tafel moeten komen. Afhankelijk van wat daar verschijnt bepalen de Nederlandse Kreidlermensen wat ze dit seizoen zullen gaan doen. Vast staat dat de Grands Prix die een beetje in de buurt zijn “meegenomen” zullen worden, en als op de Nürburgring blijkt dat er een kansje op het wereldkampioenschap in zit, dan gaat de ploeg ook naar de andere Europese ontmoetingen.



Om snel de ontsteking te kunnen afstellen gebruikt men
een meetklokje dat in het bougiegat geschroefd wordt.

Deze week was de hele ploeg op het circuit van Zandvoort om de laatste hand te leggen aan de afstelling van de machientjes. Aalt Toersen en Jan de Vries zijn weer de topcoureurs die beiden een 12-versnellingsmachine gaan berijden en nu ook op het circuit waren om er weer een beetje in te komen. Ondanks de stormachtige wind lukte dat wonderbaarlijk goed. Aalt draaide al een rondje van 2.09, vreselijk hard gezien de slechte weersomstandigheden. Na enkele rondjes werd gestopt om het blokje te demonteren. “Goed voor de Nürgurgring”, fluisterde Van de Borne, en noteerde zorgvuldig sproeiermaten, motornummers, cilindernummers, boegies en andere belangrijke gegevens. De machine van Jan de Vries klemde even: “In een wedstrijd zou ik doorgereden zijn!” zei Jan, maar nu trok hij het blokje in een van de pits even open terwijl hij mompelde: “Onbevoegden dienen zich te verwijderen”. Maar ja, op zo’n moment hebben wij een olifantshuid, en dus voelden wij ons in het geheel niet onbevoegd en bleven kijken naar wat er tevoorschijn zou komen. De schade viel inderdaad nogal mee, en naa wat poetsen aan de cilinder en wat schuren aan de zuiger (met schuurpapier!) kon de zaak weer gemonteerd worden en liep het motortje weer kerngezond. Het inwendige van het blokje zag er werkelijk onberispelijk uit, alles spiegelblank gepolijst om haarscheurtjes, die de directe aanleiding tot vermoeidheidsbreuken kunnen zijn, te verwijderen. Het drijfstangetje was gewoon griezelig dun, maar desondanks is dat een van de onderdelen die nooit kapot gaan. Voor zo’n vreselijk hoog opgevoerde tweetakt (tot 270 pk/liter) heeft zelfs het zwaarst belaste onderdeel, het big-end, een vrij lange levensduur. Men heeft wel eens 16 race-uren bereikt, maar om eventuele eerdere storingen te vermijden wordt dit onderdeel na 6 uur vervangen. Dat lijkt weinig, maar 6 uren zijn heel wat wedstrijden!



Rikus Foekema op de machine met hoogliggende uitlaat.
Om helemaal fijn te kunnen zitten moesten wij de stroomlijn verwijderen.

Behalve de ex-fabrieksracers had men ook nog verschillende produktieracers meegrbracht zoals die in de Amsterdamse werkplaats gebouwd worden. Als u op de RAI geweest bent, zult u het wel met ons eens zijn dat dit fabelachtig mooie racemachientjes zijn, niet alleen perfect van afwerking, maar ook snel. Deze op basis van de GT en RS gebouwde racertjes zijn bijna even snel als de 12-versnellingsmachines. Op korte, bochtige circuits hebben Aalt Toersen en Jan de Vries het zelfs bijzonder moeilijk om deze produktieracers vóór te blijven omdat zij dan de handicap van het zeer vele schakelen hebben. De voornaamste gegevens van deze machines zijn: boring x slag 40 x 39,5 (standaard), vermogen gemiddeld 10,5 pk bij 11.600 toeren, roterende inlaat met 22 mm Bing carburateur, platina onderbrekerpunten, speciale racezuiger van Mahle, close-ratio versnellingsbak met de volgende verhoudingen: 2.94 : 1 – 1.95 : 1 – 1.56 : 1 – 1.31 : 1 – 1.18 : 1. De derde en de vierde versnelling zijn gelijk gebleven aan het seriemodel, de rest is daar dichter naar toe gebracht. De voorvork is de hydro-pneumatische vork van de RS (luchtgedempt) waarin de dubbele Rennsport rem is gemonteerd. De voornaamste verandering aan het standaard blokje is wel de montage van de roterende inlaat, zonder welke het klaarblijkelijk zeer moeilijk is om aan een vermogen van meer dan tien pk te komen.



Het afstelwerk kan beginnen.

Een van de machines had men bij wijze van proef uitgerust met een hoog liggende uitlaat. Daarvoor had men de cilinders omgedraaid, maar aangezien dit niet zonder meer mogelijk is door de vorm van de spoelkanalen had Jan Smit, een van de technici, materiaal moeten opbrengen. Daarvoor gebruikte hij niet de methode van lassen of gieten, maar plastic aluminium, een kunsthars waarin zo’n 80% aluminium is verwerkt. Daarin werden nieuwe spoelkanalen gefreesd, zodat de cilinder 180° gedraaid kon worden. Dit systeem bracht geen merkbare verbetering (maar ook geen verslechtering) van het vermogen, maar het grote voordeel is de nu geheel weggewerkte uitlaat die niet meer over de grond kan slepen, iets waarvan de andere racers bij extreem bochtenwerk wel eens last hadden. Deze, voor Rikus Foekema bestemde machine mochten wij ook enkele rondjes over het circuit sturen, waarbij we spoedig gezelschap kregen van Aalt Toersen op een andere produktieracer die echter net iets minder hard liep dan de onze. Daarom slaagden wij erin om Aalt bij te houden en soms wisten wij hem zelfs te passeren. Van alle motoren die wij op Zandvoort gereden hebben, was dit veruit de gemakkelijkste, ondanks het feit dat de machine nog voorzien was van de standaard eerste versnelling waardoor het gat tussen één en twee zo groot was dat we ook in twee de koppeling nog iets moesten laten slippen. De machine reed zo gemakkelijk zodat we vrijwel alles volgas konden doen, natuurlijk met uitzondering van de Tarzanbocht en de kort daarop volgende bocht onderaan de Hunzerug. Omdat er een zeer harde wind stond die bovendien nog veel zand over de baan blies, namen we ook even gas terug voor het Scheivlak, maar normaal zal dit een volgasbocht zijn. Maar wind of geen wind, we hebben genoten van het rijden op zo’n fantastisch machientje als de Kreidler produktieracer!

Back to top Go down
View user profile http://www.kreidler.be
 
Van Veen Kreidlers trainden weer...
View previous topic View next topic Back to top 
Page 1 of 1

Permissions in this forum:You cannot reply to topics in this forum
 :: Magazine article scans :: Dutch Articles-
Jump to: